In navolging van Piet Hein Donner in 2006 en Jan Pronk in 2007 verzorgt generaal Dick Berlijn, Commandant der Nederlandse Strijdkrachten, dit jaar de derde Robert Regout-lezing. In een tijdsbestek van 25 minuten tracht de 58-jarige bevelhebber de complexiteit van internationale militaire operaties inzichtelijk te maken. ‘Het realiseren van duurzame veiligheid is een enorm tijdrovende en geldverslindende zaak.’
Zonder veel poespas – een indrukwekkend filmpje van een plotselinge explosie daargelaten – betoogt Berlijn dat de militaire operaties waarbij Nederland betrokken is bepaald niet over één nacht ijs gaan. ‘We beginnen pas net goed te beseffen wat de implicaties zijn van de nieuwe conflicten in de wereld. De huidige situatie brengt onvoorziene gevaren met zich mee. Het is belangrijk dat we ons gaan richten op de preventie van conflicten. We moeten onze aandacht vestigen op de gebeurtenissen die zich vóór de knal voltrekken – Left Of Boom, om het in militair jargon te zeggen.’
Momenteel heeft het Westen nog altijd te maken met de gevolgen van een verkeerde strategie. ‘Vroeger hebben we te vaak pas ingegrepen wanneer de zaak al geëscaleerd was, bijvoorbeeld in de Balkan. Dat is ineffectief en zeer kostbaar. Zo is stabiliteit in een gebied als Kosovo nog lang niet in zicht. We moeten landen die in een verslechterende situatie verkeren veel eerder de helpende hand bieden.’ Berlijn voorstaat daarbij een geïntegreerde aanpak. Volgens hem is een land pas stabiel wanneer het aan de volgende vijf voorwaarden voldoet: persvrijheid, een deugdelijke overheid, beheersbare niveaus van corruptie, economische stabiliteit en een beperkte werkloosheid. Het land in kwestie moet daarom op al die vlakken worden geholpen.
Na de beknopte lezing van Berlijn is er volop ruimte voor discussie. De generaal krijgt drie rondes van evenzoveel vragen te verwerken. Zo stelt één toehoorder de onvindbaarheid van Osama Bin Laden aan de orde, plaatst een andere belangstellende zijn vraagtekens bij de realisatie van een preventiegerichte aanpak (hoe overtuigt men het publiek ervan dat ingrijpen noodzakelijk is zolang er nog niets ernstigs gebeurd is?) en wil weer iemand anders weten hoe succesvol de beoogde strategie al geweest is.
Hoewel de discussie nog uren langer had kunnen duren, weet de generaal de meeste vragen van een bevredigend antwoord te voorzien. Hij verdient hiermee het respect van de aanwezigen. ‘Ik voelde dat ik erkend werd’, zegt de eerste vraagsteller na afloop. Ook Anton van der Geld, hoogleraar en vader van één van de organisatoren, is lovend over de lezing. ‘Het is belangrijk dat een vriendenkring die is opgericht voor Robert Regout, een hoogleraar die in 1942 is overleden in Dachau, nu nog zoveel mensen bij elkaar kan krijgen om een dergelijke lezing bij te wonen. Daarnaast is het erg prettig dat er aan het eind zoveel ruimte was voor de gedachtewisseling.’