Nijmeegse studenten scoren taalkundig niet beter dan hun collega’s van de Vrije Universiteit, van wie bijna een derde niet voldoet aan de vwo eindtermen op taalgebied. Dat concludeert het Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS) in haar maartnummer uit een eigen taaltest onder Nijmeegse eerstejaars. ‘Dit is onacceptabel voor wetenschappers in spe.’
ANS nam voor het artikel een taaltest af bij ruim honderd eerstejaars. De test bestond deels uit vragen die ook in de beruchte VU-test aan de orde kwamen. De overige vragen waren van eigen makelij, maar wel gespeend van de meligheid die je wellicht van ANS verwachten zou. Hoofdredacteur en auteur Boy van Dijk: ‘Nee, het was echt een serieuze test. We hebben er Liesbet Korebrits van het UTN nog naar laten kijken en die sprak van een “zeer hoge kwaliteit”.’
Van de 37 vragen werden er gemiddeld 13 fout beantwoord. Slechts één op de vijf eerstejaars scoorde minder dan tien fouten. De eerstejaars van bedrijfscommunicatie deden het gemiddeld genomen het slechtst. Opmerkelijk omdat je van een letterenopleiding een beter resultaat verwachten zou. De eerstejaars van rechten scoorden het best, dat hangt mogelijk samen met de verplichte spellingstoets die bij rechten deel uitmaakt van de propedeuse. ANS noemt de resultaten ‘erbarmelijk’ en ‘onacceptabel voor wetenschappers in spe.’
Woordvoerder Willem Hooglugt van de RU ziet in het onderzoek geen reden voor het College van Bestuur om actie te ondernemen. ‘Als faculteiten taalproblemen bij hun studenten constateren, zijn zij vrij om zelf actie te ondernemen’, zegt hij in ANS. Ook Boy van Dijk meent dat de verantwoordelijkheid primair bij docenten en studenten zelf ligt. ‘Studenten kunnen gebruik maken van faciliteiten als het UTN of het Academisch Schrijfcentrum Nijmegen. Docenten zouden vooral een signalerende functie moeten hebben. Niet accepteren dat het taalgebruik rammelt, maar aan de bel trekken bij de student. Zo van: hé, dit klopt niet. Doe er wat aan.’ Verplichte toetsing hoeft van hem niet. ‘Dat is verschoolsing, daar houden we niet van.’