phocas1.jpgStudentenroeivereniging Phocas legt zich niet neer bij het besluit van de gemeente Ubbergen om roeien op het Ubbergse Meertje zo goed als onmogelijk te maken. De Phocanen hebben een bezwaarschrift ingediend dat ze op 4 maart mogen toelichten bij de Ubbergse bezwaarcommissie. Het nieuwe botenhuis, dat al jaren achterligt op schema, dreigt door het Ubbergse njet opnieuw op een dood spoor te belanden.

Vorig jaar leek het er nog zonnig uit te zien. Universiteit, gemeente Nijmegen en Phocas waren het erover eens dat het nieuwe botenhuis bij het Hollands-Duitsch gemaal in de Ooijpolder zou worden gebouwd. Pas in een laat stadium bleek echter dat de gemeente Ubbergen niet wilde dat er op ‘hun’ Ubbergse Meertje geroeid zou worden. Maar zonder die toestemming is er voor de roeiers van Phocas te weinig oppervlaktewater beschikbaar.

‘Simpel gezegd draait het om de term extensief recreatief medegebruik’, legt Rob Cuppen uit. Als directeur van het sportcentrum is hij vanaf het begin bij het overleg met Ubbergen betrokken geweest. ‘Volgens het bestemmingsplan is dat de norm voor wat op het meertje is toegestaan: extensieve recreatieve activiteiten. Wij gingen er altijd vanuit dat roeien extensief is, maar de gemeente Ubbergen denkt daar kennelijk anders over.’

Cuppen verbaast zich er vooral over dat Ubbergen zo lang heeft gezwegen terwijl de universiteit en de gemeente Nijmegen hun plannen voor het botenhuis in de Ooijpolder vormgaven. ‘Trek een keer aan de bel als je daar moeite mee hebt, zou ik zeggen. Maar ze wachtten tot alles in kannen en kruiken was voordat de bezwaren op tafel kwamen.’

De gemeente Ubbergen wil een extern onderzoeksbureau inschakelen om de gevolgen van de Phocas-activiteiten te onderzoeken. Maar dat zou volgens Cuppen opnieuw een enorme vertraging veroorzaken. ‘Met de bezwaarprocedure hopen we dat te voorkomen.’ Bij de bezwaarprocedure zijn ook juristen van de Radboud Universiteit betrokken. Cuppen wil niet vooruitlopen op eventuele verdere juridische stappen, zoals een schadevergoeding, wanneer het bezwaar niet wordt toegekend. ‘Laten we eerst maar eens afwachten wat de commissie ervan vindt.’

Phocas zelf is terughoudend met commentaar. In een interne publicatie wordt gesproken over ‘nieuw onheil dat ons te beurt is gevallen’. De Phocanen betreuren de vertragende bezwaarprocedure. ‘Hopelijk kan deze hindernis genomen worden en kunnen we verder gaan naar de toekomst.’