Met het rumoer van de vele ongeïnteresseerde bezoekers van het Cultuurcafé op de achtergrond werd gistermiddag een debat gevoerd over de journalistieke onafhankelijkheid van universiteitsbladen. Onder leiding van Piet-Hein Peeters gaven hoofdredacteuren van universiteitsbladen Vox, Cursor, Mare en studentenblad ANS hun visie. ‘Spanning houdt je scherp.’
Frank Provoost, hoofdredacteur van Leids universiteitsblad Mare, is ervan overtuigd dat de onafhankelijkheid van universiteitsbladen in gevaar is. Zijn blad kwam afgelopen september in opspraak toen het college van bestuur besloot dat het geen nieuwsberichten meer mocht publiceren en minder vaak zou verschijnen. Na een massaal ondertekende petitie ging dit niet door, maar Provoost staat nog altijd wantrouwig tegenover invloed van hogerop. ‘Universiteitbesturen zeggen altijd het beste voor te hebben met hun blad, maar de werkelijkheid is anders. Een bestuur wil niet betalen voor slecht nieuws. En universiteitsbladen geven steeds vaker toe aan de wensen van bestuurders.’
Ruzie met Kerstmis
Volgens Patricia Veldhuis, hoofdredacteur van Vox, opereert haar redactie juist volledig onafhankelijk van het CvB en zijn er dit jaar nog geen conflicten geweest. ‘Nu moet ik wel afkloppen, want we hebben ongeveer eenmaal per jaar ruzie met het bestuur en dat is meestal rond Kerstmis.’ Een bezoeker stelt kritisch vast dat Vox onderdeel is van de afdeling communicatie met wie ze de huisvesting delen. Hierdoor zou Vox positief nieuws als eerste binnenkrijgen, om dit breed uit te kunnen meten. Veldhuis vindt dit een rare suggestie: ‘dat Vox fysiek naast de pr-afdeling zit, betekent niet dat positief nieuws automatisch gepubliceerd wordt’.
Dubbele pet
Ook Cursor, universiteitsblad van de TU Eindhoven, maakt deel uit van de communicatie-afdeling. Hoofdredacteur Han Konings heeft daar graag zo min mogelijk van doen, maar het wordt hem niet makkelijk gemaakt. De universiteit verlangt brede inzetbaarheid van redacteuren. Een Cursor-redacteur kan ook gevraagd worden een pr-tekst te schrijven. Konings vreest dat zo’n dubbele pet kan leiden tot zelfcensuur. Hij lijkt – in tegenstelling tot Veldhuis en Provoost – echter niet bepaald strijdlustig: ‘Ik kom wel met tegenargumenten tegen bepaalde beslissingen, maar uiteindelijk moet de universiteit zelf de waarde van het blad inzien. Ik maak het blad niet voor mezelf, maar voor de universiteit.’
ANS
ANS is geen officieel universiteitsblad en nam daardoor een andere plaats in tijdens het debat. Hoewel afgelopen april de gehele oplage van ANS uit de bakken is verwijderd doordat er pornografische afbeeldingen in stonden, werd daar gisteren niet over gesproken. Voormalig hoofdredacteur Ruud Vos en zijn opvolger Boy van Dijk stonden aan de zijlijn en werden slechts sporadisch om algemeen commentaar gevraagd.
Miscalculatie
Uiteindelijk verzandde de discussie in een voortkabbelend gesprek, bij gebrek aan een panelgast die de mening van de universiteitsbesturen vertolkte. Dat maakte het censuurdebat tot een van de mindere evenementen van Wintertuin. Ook de locatiekeuze bleek een miscalculatie. De meeste aanwezigen in het Cultuurcafé waren slechts gekomen voor een biertje. Dat het grootste deel van de actieve toehoorders bestond uit medewerkers van Vox en ANS gaf een ons-kent-ons sfeertje. De enige buitenstaander in het publiek bleek net zo onverschillig als de borrelende studenten achterin. Toen Peeters de microfoon onder zijn neus duwde, reageerde hij verbouwereerd: ‘Eigenlijk ben ik hier toevallig komen zitten. Ik wacht op de muziek.’
Toekomst
Na een klein uurtje werd afgesloten met de vraag hoe de hoofdredacteuren de situatie van universiteitsbladen over vijf jaar voor zich zien. Provoost ziet de problemen van nu als het begin van het einde; over vijf jaar zullen minstens zes bladen niet meer bestaan. Konings weet niet of hij zelf nog wil: ‘Door de huidige situatie ben ik mezelf aan het beraden of ik hiermee door wil gaan.’ Dan is Veldhuis een stuk positiever gestemd. Zij verwacht geen grote veranderingen: ‘over vijf jaar zal een dergelijk debat waarschijnlijk precies hetzelfde verlopen’. Vos geeft aan dat je als hoofdredactie altijd waakzaam zult moeten blijven, maar een dergelijke spanning houdt de journalist juist scherp. Veldhuis haakt hier enthousiast op in: ‘Ruzies zijn leuk. Gelukkig is het weer bijna kerst.’