Elke vrijdag gunt Jacqueline van Dongen (18), student bedrijfscommunicatie, je een inkijkje in het wel en wee van een eerstejaars. Deze week: Giel Beelen.

‘Dus jij bent dat lekkere wijf dat ons beloofd is?’.
Na drie kwartier te hebben gewacht heb ik Giel Beelen eindelijk te pakken gekregen voor een gesprek van een minuutje.
De opmerking komt echter van Frank Tazelaar, die iets doet bij Wintertuin (hij is de baas ofzo) en die duidelijk de impressie heeft dat hij daardoor zo’n belangrijk man is dat hij weg kan komen met zulke opmerkingen.
De enige man die recht heeft op zo’n ego draagt een bril en een petje. En rara Frank, jij bent het niet.

Ook Giel stelt een beetje teleur, hij vindt het niet de moeite om een half uur eerder te komen voor een klein interview. Nou ja, interview. Ik had hem opgebeld met de vraag eerder naar Nijmegen te komen. “Achtergrond informatie voor de column” noemde ik het en “voor de lezers”. Maar eigenlijk gewoon omdat ik hem wil verleiden mij uit te nodigen als columniste in zijn radioprogramma. Geregeld mag een columnist de microfoon ter hand nemen, en ik wil op zijn lijstje. Ik ben tenslotte al 18, dan wordt het toch tijd om dingen te gaan bereiken.

Was er bij Arjen Lubach slechts één rij in de collegezaal gevuld, bij (de minder literair verantwoorde doch leukere) Giel zitten er ruim twee vakken vol.
En terecht.
Normaal gesproken neem ik het woord ‘fan’ niet snel in de mond, maar normaal gesproken komt Giel Beelen ook niet op een universiteit dus deze keer mag het. Ik ben een beetje fan dus.
Hij heeft, ‘zoals het hoort bij een echte presentatie’ een mooie powerpointpresentatie gemaakt. ‘Giels careerplanning’ met wat grappige foto’s en veel foute woorden als ‘wie ben ik’, ‘wat wil ik’ en ‘targets’. Briljant slecht.

Heerlijk, doe mij ook maar een man met ambitie. ‘Ik ben hier’ is het thema van De Wintertuin, en dat Giel hier is is na een uur wel duidelijk. Hé, maar ik ben er ook nog.
Trouwens, haar dat nooit goed zit en een bril? Dump die vrouw van je, we hebben zoveel gemeen!
Ik weet ineens wat hij kan doen om het goed te maken; laat mij een kwartier in je studio mijn column voorlezen. Je hebt mijn nummer. Hier ben ik.