Eén dag nadat de opleiding milieu-maatschappij-wetenschappen in Nijmegen is uitgeroepen tot de beste van Nederland, verzorgde milieuminister Jacqueline Cramer vanochtend een gastcollege over duurzaam beleid. ‘Minister, u zit hier op rozen’, zo heette collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth haar welkom. De minister, in vroegere levens verbonden aan de universiteiten van Amsterdam, Tilburg en Rotterdam, gunde Nijmegen desondanks zijn succes.
In de afgeladen kleine zaal van de Aula luisterde een publiek van 150 medewerkers en (vooral) studenten ruim een half uur naar een betoog waarin de minister nog eens de grote lijnen van haar beleid uit de doeken deed. Het eerste vuurwerk kwam van een vragensteller, die hekelde dat de minister het consumentengedrag buiten schot hield. In haar betoog had Cramer haar mond vol over innovatie en implementatie, maar zag ze er geen been in vanuit Den Haag de consument op de huid te zitten. Een verzoek van de Tweede Kamer om hierover een nota te produceren, had ze al eerder krachtig naast zich neergelegd. ‘Dat zijn vraagstukken die in de samenleving aan de orde moeten komen’, zei de minister vanochtend.
Dat ze er geen nota over schrijft, wil niet zeggen dat het onderwerp haar niet aan het hart gaat. Wel degelijk probeert ze de consumenten langs allerlei wegen te beïnvloeden om het goede gedrag te vertonen. Dat er geen nieuwe nota over komt, heeft ook te maken met haar afkeer van weer een nieuw rapport. ‘We praten in dit land wel erg lang met elkaar. Ik ben nogal ongeduldig. Met weer een nota ben je weer een jaar verder, terwijl ik nú meters wil maken met wat we al kunnen en hebben afgesproken.’ Haar ongeduld kwam ook later weer aan de orde, toen ze over de invoering van het beleid sprak. ‘De langzaamste slak moet het tempo niet bepalen, we moeten aansluiten bij de kopgroep.’
De universiteiten en hogescholen werden door de minister uitgenodigd mee te doen aan één van haar milieuplannen: een inkoopsysteem. Dit behelst een inventarisatie van allerhande producten die zijn geordend op duurzaamheid. De bedoeling is dat grote spelers in de samenleving aan de hand van die inventarisatie hun spullen aanschaffen. De volgende week gaat ze aan tafel met de universiteiten en hogescholen om de instellingen te bewegen aan haar plan mee te doen.
De manier waarop de minister haar betoog afstak, verraadde haar verleden als docent. Zonder papier werkte ze – soms struikelend over eigen zinnen – via een aantal sheets haar betoog af. En inderdaad, zoals hoogleraar milieuwetenschappen Pieter Leroy in zijn slotwoordje zei, op een bevlogen manier. ‘We kennen elkaar twintig jaar’, sprak Leroy tot de minister, ‘en het is mooi om te merken dat na zes maanden Den Haag uw bevlogenheid en bewogenheid niet is afgenomen, maar eerder nog is toegenomen.’