Studenten van een universiteit krijgen aanmerkelijk hogere stagevergoedingen dan hun hbo- en mbo-collega’s. Dat blijkt uit cijfers van Studentenbureau, een commerciële stagebemiddelaar. Terwijl de mbo-er zich voor gemiddeld 110 euro per maand afbeult en de hbo-er met 220 euro genoegen neemt, strijken hun universitaire collegae het riante bedrag op van 330 euro. Toch moet de hoogte van de vergoeding geen punt van overweging zijn, vinden de stagebegeleiders. ‘Geld mag geen rol spelen, het gaat om je toekomst.’

Volgens het onderzoek doen wo-studenten het ook het minst vaak zonder vergoeding. Slechts 5 procent loopt zijn of haar stage pro deo. Voor het hbo en mbo liggen die percentages op respectievelijk 15 procent en 30 procent. De meeste stagiaires zijn betrekkelijk tevreden, zo meldt Studentenbureau ook nog. Gemiddeld geven ze hun stage-adres een zeven.

Een belrondje langs stagecoördinatoren van de Radboud Universiteit leert dat verschillen tussen de opleidingen zo groot zijn, dat een algemeen cijfer voor ‘de’ wo-stagiaire eigenlijk nauwelijks te geven is. ‘Van onze stagestudenten krijgt tachtig procent geen vergoeding, of alleen een bescheiden bijdrage in de reiskosten’, zegt Gerbert Kraaykamp van sociologie. Dat is volgens hem ook logisch, omdat het vooral om onderzoeksstages gaat. Bij rechten is de variatie zo groot dat stagecoördinator Hermans-Brand geen enkele algemene uitspraak wil doen over de hoogte van de bedragen.

Alleen bij Letteren lijkt het beeld op dat van het onderzoek. Veruit de meeste stageplaatsen bieden een vergoeding, de hoogte daarvan varieert van 150 tot liefst 900 euro, aldus stagecoördinator Clemens Wijlens. Hij vindt een financiële vergoeding voor een stage niet meer dan logisch. ‘Vaak heeft een student tijdens de stage te maken met inkomstenderving van zijn of haar bijbaan. Dan is een vergoeding wel op zijn plek. Je moet toch leven tenslotte.’

Kraaykamp en Hermans zijn daar minder van overtuigd. ‘Bij de keuze voor een stageplaats mag geld geen rol spelen, het gaat om je toekomst’, vindt Hermans. Ze verwijst naar een recent artikel in NRC Next waaruit blijkt dat veel afgestudeerden doodongelukkig zijn in hun eerste baan. ‘Ze weten vaak niet wat ze boven het hoofd hangt. Ik zou zeggen: kies een stage die je daar zoveel mogelijk over kan vertellen. Kijk niet naar het geld.’

Haar collega bij sociologie is het daarmee eens. ‘Financiële overwegingen zijn een slechte raadgever’, zegt Kraaykamp. ‘Stel je voor dat je je perfecte stage laat schieten omdat daar toevallig een lousy stagevergoeding tegenover staat. Dat is toch doodzonde? Die paar honderd euro heb je straks zo terugverdiend als je eenmaal een echte baan hebt.’