Afgelopen voorjaar zette de universiteit, samen met het UMC, het hardlopen op de kaart. Onsportieve, bankhangende medewerkers en studenten mochten zich aanmelden voor een hardlooptraject. Doel: de lol van het hardlopen leren begrijpen, zodanig dat de deelnemer ook na negen maanden begeleiding met enige regelmaat de hardloopschoenen aan blijft trekken. Secundair doel: klaargestoomd zijn voor de Zevenheuvelenloop op 18 november. Hoe staat het ervoor? Sportcentrumdirecteur Rob Cuppen: ‘Ik ben zelf al afgehaakt, maar de helft van de ingeschreven deelnemers doet mee aan de loop.’

Het was een tweezijdig initiatief, vertelt Cuppen. De organisatie van de Zevenheuvelenloop zette een hardlooptraject voor Nijmegenaren op touw, de universiteit deed dat voor de campusbewoners. De taken werden verdeeld, zo beschikt het Sportcentrum niet over een leger aan atletiektrainers. Cuppen: ‘Wij zijn minder gericht op de Zevenheuvelenloop als eindstation, we willen vooral dat de deelnemers plezier krijgen in het hardlopen en leren om dit op lange termijn vol te houden. Langzaam bouwen we ergens naar toe.’

Van de 83 deelnemers die op 2 april aan het hardlooptraject begonnen – Rob Cuppen had gehoopt op 100 – zijn er nu nog ongeveer 60 over, van wie er weer een stuk of 40 zich hebben ingeschreven voor de Zevenheuvelenloop. Vanwaar de afhakers? Cuppen: ‘Je moet niet vergeten dat het allemaal beginners waren, mensen die, om het vriendelijk te zeggen, al lang niet meer voldoende bewegen. Hardlopen zal voor een aantal van hen te zwaar zijn gebleken, en je kunt er ook simpelweg niet geschikt voor zijn.’

Dat gold blijkbaar ook voor Cuppen zelf? ‘Haha, vroeger heb ik veel hardgelopen, maar door een blessure lukte dat een hele tijd niet meer. Ik hoopte het met dit hardlooptraject weer op te kunnen pakken, maar ik kreeg last van mijn achillespees. En toen het weer ging, lag ik al te ver achter op de groep om de draad nog op te kunnen pakken.’