Studenten hoeven niet te vrezen dat hun collegegeld verviervoudigt omdat hun prestaties onder de maat zijn. In ruil daarvoor hoeven de universiteiten ook niet bang te zijn dat ze geld moeten inleveren als ze hun kwaliteitsdoelen niet behalen. Dat fraaie compromis werd bereikt met het nieuwe bekostigingsvoorstel dat universiteiten en hogescholen samen met de studentenorganisaties hebben geproduceerd. LSVb-voorzitter Lisa Westerveld is er content mee.
Een bloemlezing uit de eerste vijf zinnen van het persbericht levert heel wat polderproza op: ‘op één lijn’, ‘eensgezind’, ‘eens geworden’, ‘gezamenlijk voorstel’ en ‘goede afstemming’. Kortom, geen cliché wordt geschuwd om aan te geven hoe blij de organisaties van de instellingen (VSNU en HBO-Raad) en studenten (LSVb en ISO) wel niet met elkaar zijn. En dat krap vier maanden nadat de twee partijen elkaar bijkans in de haren vlogen over dit onderwerp.
VSNU en HBO-raad hadden in juni buiten de studenten om een ‘advies’ naar de minister gestuurd om aan te geven hoe het hoger onderwijs voortaan bekostigd zou dienen te worden. Die solistische zet schoot met name de LSVb in het verkeerde keelgat. Vooral omdat de universteiten inzetten op het afstraffen van trage studenten. Wie geen ‘gerede kans’ meer zou hebben om het diploma te halen, zou de studie zelf moeten betalen (à raison van zo’n zesduizend euro per jaar), vonden de instellingen.
De LSVb sloeg terug met een eigen plan waarin een zogeheten ‘dynamische component’ was opgenomen: universiteiten krijgen een deel van hun geld alleen als ze aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoen. Voor de instellingen, die het liefst zo onafhankelijk mogelijk van Den Haag opereren, was dat voorstel niet minder dan vloeken in de kerk.
Vandaar dat beide partijen razendsnel toestemden toen Plasterk ze vroeg om samen nog eens over dit onderwerp na te denken en mogelijk een gezamenlijk voorstel in te dienen. En wat te verwachten viel gebeurde: de twee pijnpunten werden tegen elkaar weggestreept. Het ‘gerede-kansartikel’ verdween in de prullenmand en de ‘dynamische compoment’ ging er in propvorm achteraan. Studenten mogen traag blijven en universiteiten mogen hun onderwijs verwaarlozen (zo ze dat zouden willen, en dat willen ze natuurlijk niet).
LSVb-voorzitter Lisa Westerveld is blij met het gezamenlijke voorstel. ‘Het voorstel om trage studenten hun eigen studie te laten betalen kon voor ons echt niet door de beugel, dus we zijn blij dat dit van de baan is.’ Dat daarmee ook de ‘dynamische component’ is verdwenen, vindt ze jammer maar niet onoverkomelijk. ‘Tijdens gesprekken met het ministerie was ons al duidelijk geworden dat dit heel moeilijk uitvoerbaar zou worden.’
Waar de partijen het wel over eens zijn is een drietrapsbekostiging die niet veel afwijkt van het vertrouwde. Instellingen krijgen (1) een bedrag voor het aantal ingeschreven studenten, (2) een eenmalige diplomabonus en (3) een vast bedrag per instelling. Verder hebben studenten en instellingen ook een compromis bereikt over de kosten van een tweede studie. De universiteiten en hogescholen wilden dat studenten die zelf zouden betalen door middel van een hoger collegegeld, LSVb en ISO waren daarop tegen. Het compromis bestaat eruit dat het collegeld voor een tweede studie hetzelfde blijft, mits ermee wordt aangevangen voordat de eerste studie is beëindigd.
De kans dat het bekostigingsvoorstel door Plasterk wordt overgenomen is volgens Lisa Westerveld groot. ‘De minister heeft duidelijk aangegeven dat hij zal luisteren naar een voorstel dat door het gezamenlijke onderwijsveld wordt ingediend.’
En daarover hoeft na de eerste vijf regels in het persbericht geen twijfel meer te bestaan…