Studenten hebben het komend jaar 0,4 procent minder te besteden. Dat heeft het Nibud berekend op basis van de gegevens uit de miljoenennota. De schade valt mee: per jaar gaan studenten er zo’n 30 euro op achteruit. Bastiaan Verweij, voorzitter van het ISO spreekt desalniettemin van een ‘zorgelijke ontwikkeling’. Volgens hem heeft ‘een student het toch al niet makkelijk.’

Studenten zijn overigens niet de enigen die erop achteruit gaan, de meeste inkomensgroepen in Nederland hebben volgend jaar minder te besteden. Maar met een koopkrachtdaling van 0,4 procent zijn de studenten wel het slechtst af van alle categorieën met een uitkering. Een alleenstaande met een uitkering gaat er volgend jaar bijvoorbeeld zelfs 2,4 procent op vóóruit.

Het SNUF verstrekt noodleningen aan studenten die in de financiële problemen zitten. Vorig jaar waren dat er 68. In veel gevallen gaat het om studenten die om wat voor reden dan ook geen beroep kunnen doen op hun ouders, vertelt Sita Janki van SNUF. ‘Bijvoorbeeld kinderen van allochtonen, of studenten van wie de ouders in scheiding liggen.’ Ook studeert volgens haar een opvallend hoog percentage (ongeveer 20 procent) noodfondsers tandheelkunde, wat mogelijk samenhangt met de hoge kosten van het studiemateriaal.

Volgens Janki houdt het SNUF wel rekening met een stijging van het aantal studenten in nood. Dat heeft echter niet alleen te maken met de koopkrachtdaling, maar vooral ook met het besluit van de banken om zich niet langer garant te stellen voor de collegegeldbetaling. Daardoor neemt de universiteit voortaan zelf de incasso voor haar rekening en het is volgens Janki nog niet goed te voorspellen wat daarvan de consequenties zijn.