In den beginne waren er maar twee auto’s in Nederland. In 1896 werden de eerste twee exemplaren op de weg gebracht. In 1939 reden er al zo’n honderdduizend. Dat lijkt veel, maar vergeleken met de ons omringende landen is het dat niet. Historicus Vincent van der Vinne promoveert vandaag met zijn onderzoek, dat een beschuldigend vingertje richting de overheid wijst.

De verbreiding van auto’s in Nederland liep indertijd achter op landen zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. En dat terwijl Nederland in het interbellum behoorde tot de meest welvarende landen van Europa. Van der Vinne keek voor zijn onderzoek naar de invloed van ondernemers, gebruikers en de overheid. Zijn conclusie: vooral de overheid heeft met haar fiscale maatregelen een remmende invloed gehad op het autobezit.

Van der Vinne startte twintig jaar geleden al met zijn archiefonderzoek in onder meer de Kampioen en De Auto. In totaal heeft hij zo’n 350 jaargangen aan autobladen doorgewerkt. Wat ook een behoorlijke klus is geweest, is het doorlezen van alle wetgeving rondom de auto, zoals belastingwetten. Vandaag promoveert Van der Vinne op zijn onderzoek. In zijn eigen Delahaye 135 MS kwam hij naar de aula.

Ook in zijn vrije tijd heeft Van der Vinne namelijk een passie voor auto’s met een geschiedenis. ‘Ik zie erg graag vooroorlogse auto’s en ik heb het geluk dat ik mijn hobby kon combineren met mijn wetenschappelijke belangstelling.’ Auto’s zijn onderbelicht in de wetenschap, vindt hij. ‘Denk je eens in: een wereld zonder auto’s. Vanaf 1900 is er zo’n grote omwenteling geweest door de verbreiding van de auto. En als je kijkt hoeveel er over de auto is gepubliceerd, is dat heel gering.’