Per ongeluk springt Sofie in een kleedhokje waar een knappe jongen zich aan het omkleden is. Hij zoent haar en trekt haar topje uit.
Vandaag aflevering 55: ‘Soastress’
Verstandig? Nee. Moet ik stoppen? Ja. Maar wat doet Sofie? Sofie heeft seks met een onbekende neger in een pashokje. Zonder condoom. Pas als ik thuis ben, voldoende afgekoeld door de treinreis en het fietsritje door de stromende regen naar huis, dringt de volle omvang van mijn actie tot me door. Op mijn eerste vriendje na, heb ik het nooit met iemand onveilig gedaan. Terwijl ik aan de keukentafel zit te dubben of ik de huisarts moet bellen, komt Leon binnen.
‘Je kamerplant is overleden’, concludeert hij op basis van mijn hangende mondhoeken. Hij heeft een belabberd gevoel voor humor. ‘Nee, ik heb seks gehad met een neger in een pashokje.’ Leon grijnst. ‘Na seks met een neger kijk ik ook altijd wat pips. Maak je geen zorgen schat, dat uitgerekte trekt weer bij.’ ‘Haha’, zeg ik, totaal niet geamuseerd. ‘Ik heb het niet veilig gedaan. Nu heb ik aids’, besluit ik somber. Leon draait met zijn ogen: ‘Ach meisje, hoe groot is die kans nu? Van een keertje seks krijg je echt geen aids.’
‘En je gelooft zeker ook nog in kaboutertjes?’ schamper ik. ‘Ik zou me maar eens laten testen als ik jou was.’ ‘Ja, mam’, zegt Leon. ‘Zullen we lekker samen?’ Zuchtend pak ik mijn gsm op en bel de GGD. No way dat ik hiermee naar die puisterige dokter G. ga. ‘Maandag om tien uur’, roep ik naar Leon. ‘Gezellig!’ zegt hij.
De verpleegkundige van de GGD neemt een uitgebreide vragenlijst met me door. ‘Oraal?’ vraagt ze. ‘Anaal? Vaginaal?’ Ik slik. Vanochtend een grote meid, nu een grote meid. Braaf beantwoord ik de vragen. Ze neemt bloed af en ik mag in een bakje plassen. ‘De uitslag is er over twee weken’, zegt ze opgewekt. Ik knik flauwtjes. Op de gang kom ik Leon weer tegen. ‘Als we nou allebei aids hebben,’ zegt hij, ‘gaan we voortaan alleen met zijn tweetjes seksen.’ ‘Want ik ben zó jou type’, reageer ik. ‘Ach, hupsakee op je buik en ik zie het verschil niet tussen jou of Mark.’ Ik glimlach om hem een plezier te doen, maar in mijn hoofd zingt maar een zinnetje: ik heb aids.