Sofie werkte backstage bij de Stones om gratis naar het concert van vrijdag 8 juni kunnen.
Vandaag aflevering 54: ‘Bikinistress’

Wat is dat toch met bikiniverkopers, dat ze nooit het broekje los van het topje willen verkopen? Lang niet alle vrouwen hebben standaard kleine borsten en kleine billen of grote borsten en grote billen. Ik niet, in elk geval.

Donderdagmiddag ontduiken Ants en ik de tentamenstress om te bikinishoppen in Amsterdam en intussen vakantieplannen te smeden. ‘Wat vind jij van Curaçao?’ oppert Ants, terwijl ze haar vetrollen in een vormeloze pijpjeszwembroek duwt dat er aan het hangertje heel leuk uitzag. ‘Niet doen’, wijs ik naar het broekje. ‘En Curaçao vind ik te duur.’ Ze wringt zich uit de pijpjes terwijl ik een gewaagd asymmetrisch gevalletje omplak dat schreeuwt om minimaal twee flinke kipfilets.

‘Het is echt te benauwd hier’, zeg ik tegen Ants. Het zweet breekt me uit en ik neem een snoekduik naar de paskamer ernaast. Om knalhard tegen een poedelnaakte, donkere jongen aan te botsen. Ik schrik me een ongeluk – hij net zo goed – en stamel zoiets als ‘Ja sorry, warm hè, nooit samen in een hokje gaan’. Ondertussen worden mijn ogen onwillekeurig naar het punt getrokken dat de jongen met een verschoten boxershort probeert te bedekken. Die op zijn beurt in zo’n raar filmisch verstild moment mijn veel te ruime topje en veel te krappe broekje opneemt. ‘Zo stom dat broekjes en topjes bijna nergens apart verkocht worden’, reageer ik hysterisch ratelend op de gefascineerde blik van de jongen. ‘Ik ga maar weer.’ Terwijl ik probeer achterstevoren het hokje uit te lopen – hij hoeft écht niet te weten hoe billen in een te krap broekje eruitzien – grijpt hij mijn arm en laat hij zijn boxershort los om me met zijn bevrijde hand naar zich toe te trekken.

‘Ik heet Shaquille, naar die basketballer.’ En hij zoent me. Instinctief zoen ik terug, ook al betwijfel ik of het wel een goed idee is om te zoenen met een naakte onbekende die Shaquille heet. In een kleedhokje. In een snelle handbeweging trekt hij het bikinitopje los. ‘Die pas je niet’, fluistert hij in mijn oor.