Het moet nog worden onderzocht, maar het wordt wel een ‘serieuze optie’ genoemd: een tram in Nijmegen. Het zou in eerste instantie gaan over een verbinding Waalsprong-centrum-Heyendaal, die later ook uitgebreid kan worden naar onder andere Bemmel. Als het onderzoek positief uitpakt, kunnen studenten in 2013 dus heel ‘Randstad-achtig’ met de tram naar de universiteit.

Al langer wil de gemeente een monorail, of een ‘lighttram’, of een kabeltram, maar alles werd tot nog toe afgeketst, meestal om financiële redenen. Ook een tram leek financieel niet haalbaar, maar de situatie is gewijzigd. De stadsregio Arnhem/Nijmegen heeft namelijk bedacht dat een tweede railverbinding tussen Arnhem en Nijmegen gerealiseerd moet worden om de hopeloos dichtslibbende wegen te ontlasten.

Daarom worden nu de mogelijkheden van een tram onderzocht. ‘Wat het kost, wat het ruimtelijk gaat betekenen, wat de voordelen zijn ten opzichte van de alternatieven, wat het voor effecten zal hebben op reisgedrag en milieu.’, legt een woordvoerder van de gemeente het onderzoek uit. ‘Geleide bussen (bussen die zowel op de weg, als op de rail kunnen rijden, red.) zijn ook een optie, maar in het buitenland zijn de ervaringen daarmee negatief. Trams zijn duurder, maar heel milieuvriendelijk. Bovendien heeft een tram een grote aantrekkingskracht op reizigers.’

In eerste instantie gaat het om een verbinding tussen de Waalsprong, het centrum en Heijendaal. Via het Centraal Station, en door de Burchstraat. De markt zal dan moeten wijken naar een andere locatie. Jammer voor de marktkooplieden die het daar naar eigen zeggen erg naar hun zin hebben, maar volgens de woordvoerder ‘niet onoverkomelijk’.

Later moeten ook verbindingen tussen Dukenburg en de Waalsprong, en Beuningen en de Waalsprong verwezenlijkt worden. Dat de verbindingen van de drie tramtrajecten verbeterd worden, is volgens de woordvoerder honderd procent zeker. Of dat daadwerkelijk in de vorm van een tram zal gebeuren, vindt hij lastig te zeggen. ‘Meer dan 50 procent kans, denk ik wel. Maar het blijft koffiedik kijken.’