Sofie gaat in gesprek met de studiecoördinator omdat haar studie haar niet meer aanstaat. Vandaag aflevering 51: ‘Het nut van vuilnismannen’
Het is lastig om uit te leggen wat mij precies stoort binnen mijn studie, zonder te onthullen welke studie dat is. Mijn anonimiteit is mij zeer dierbaar – alleen al omdat mijn nieuwe huisgenoten eieren tegen het raam en ranzige leuzen over de voorgevel waarschijnlijk niet waarderen. Of loopt het niet zo’n vaart, beste Grolsch G. en Clarissa van de Klopwortel?
‘Anyway, ik ben erachter dat een hbo-studie niet de meest logische keuze is voor mij’, vat ik een lang verhaal samen voor Antsje. We zitten op het grasveldje achter de TvA-straat. Antsje zucht: ‘Ik snap wel wat je bedoelt. We worden volledig gebombardeerd met theorie, maar wat kunnen we straks nu eigenlijk?’ ‘We leiden jullie op tot wetenschappers’, imiteer ik de studie-adviseur. Kan iemand mij vertellen wat je in godsnaam hebt aan wetenschappers die vanalles weten, maar niks kunnen toepassen?
Als we later die dag naar Ants fietsen wijs ik een vuilophaler aan. ‘Díe man is pas nuttig bezig’, zeg ik. ‘Als de vuilnismannen een week staken ligt heel Nijmegen op zijn gat. Als alle wetenschappers staken, boeit dat niemand.’ ‘Ja, Sofie’, snuift Ants. ‘Word maar lekker vuilnisvrouw. Of trouw er een en krijg drie kinderen. Da’s pas nuttig.’
’s Avonds gaan we stappen in Roosje, waar een of ander psychologenfeest is. ‘Ben jij vuilnisman?’ vraag ik aan een jongen met de mooiste ogen van het feest (na zeven rosé, vooruit). Hij lacht de mooiste lach die ik ooit heb gezien en schudt nee. ‘Jammer, dan kunnen we niet trouwen.’ Ik geef toe, niet de meest flitsende openingszin, maar wel effectief. Als ik de volgende dag wakker wordt in een vreemd bed, bedenk ik me, dat ik zijn naam niet weet. ‘Goedemorgen vuilnisman’, zeg ik dus maar.