Sofie heeft haar kamer ingewijd met een feestje en maakt voor eens en altijd duidelijk dat ze niet op vrouwen valt.
Vandaag aflevering 50: ‘Dromen’

Ik zak weg in een drijfzandachtige substantie terwijl ik geluidloos schreeuw naar donkere schimmen op de kant. ‘Stel je niet aan’, zegt schim nummer een, die ineens verandert in mijn moeder. Ik wil niet, probeer ik te zeggen, maar slik een golf drijfzand in. Terwijl ik overdwars op mijn bed ontwaak, ingekapseld in het dekbed, vraag ik me af wat de droom betekent. En waar ik in godsnaam ben. Oja. Mijn nieuwe bezemkast.

‘Ik herinner mijn dromen nooit’, zegt Erik op weg naar het college van kwart voor elf. ‘Dat is een teken van stress’, weet Jessica. ‘Onzin’, buldert Erik. ‘Al dat gezwets over dromen en droomduiding, wat een dikke, vette bull.’ Tijdens het college speel ik afwezig met mijn flesje Spa rood. Ik zou aantekeningen moeten maken, maar doe het niet. De docent kan boeiend vertellen, maar het interesseert me geen reet. Tijd voor een herhalingsbezoekje aan de studieadviseur.

‘Wáárom vind je het niet leuk?’ vraagt ze, mij aankijkend alsof ik iets heel raars heb gezegd. Ik haal mijn schouders op. ‘Ik wilde graag iets met mensen en communicatie doen. Maar het blijft allemaal zo theoretisch en vaag.’ De studieadviseur neemt haar bril af en tuurt me aan: ‘Wat zou je dan liever doen?’ Ik voel me heel klein op haar bureaustoel. ‘Weet ik niet. Iets leuks.’ ‘Iets leuks met mensen en communicatie’, zucht de studieadviseur, terwijl ze haar bril terugzet op het puntje van haar neus. ‘Misschien ben je meer geschikt voor het hbo, heb je daar al eens aan gedacht?’

Met een glossy opleidingsfoldertje voor communicatie en multimedia design aan de HAN verlaat ik het kantoor. Ik haat het om toe te geven dat het geïdealiseerde beeld van de folder me aanspreekt. Maar in de praktijk zie ik het niet zitten om colleges, oh, nee, lessen te volgen met een stel zeventienjarige communicatiemutsen. Ik ben toch niet dom ofzo?

Ennnn, kom maar op met die Sofie-is-dom-reacties. I can take it.