Sofie haalt zich allerlei gewenste en ongewenste mannelijke aandacht op de hals. Ook maakt haar eerste fan zich aan haar bekend.
Vandaag aflevering 48: ‘Vrijheid’
Doorgaans vermijd ik familieverjaardagen, maar tante Els’ vijfenzestigste verjaardag mocht ik niet skippen, op straffe van excommunicatie uit de familie. Wat misschien nog niet zo slecht zou zijn, maar goed. Het is half vier als mijn ooms en tantes al knikkebollend aan de jenever zitten en Rian me mee de keuken intrekt. Ik zet me schrap voor de zoveelste ontboezeming – op haar lesbische verliefdheid volgden lesbische avontuurtjes en godknowswhat nu weer. ‘Ga je mee spijbelen? Naar ’t bevrijdingsfestival? Is vlakbij.’ Dankbaar voor deze onverwachte kans op vrijheid stappen Rian en ik in mijn broers auto op weg naar Wageningen.
Mijn broer treft al snel een paar Edese vrienden en Rian sleurt me naar Kabaal am Gemaal vol gothicwanabesletjes en ongewassen jongelingen. ‘Hé, Peter!’ klamp ik me aan een vage bekende van de uni vast. Gelukkig herkent hij me. ‘Is er nog een plek in Wageningen waar wél muziek wordt gemaakt?’ vraag ik wanhopig. We gaan richting een marktplein, waar een of andere Franstalige reggaeband swingend staat te wezen. Later laat ik hem achter bij een ontzettend foute Russische band, om Rian en mijn broer terug te vinden.
Mijn broertje zit nog op dezelfde plek waar ik hem achterliet te blowen en Rian vinden we terug bij het hoofdpodium met haar tong halverwege de slokdarm van een wel heel dun gothicchickje. Om haar heen hangt een club meisjes die ‘wij zijn hip en bi’ oozen. Mijn broer probeert zijn foutste pick up lines uit op het lekkerste mokkel van het stel. Die demonstratief mij om mijn middel pakt en dronken in mijn oor fluistert: ‘Dus jíj bent Sofie, heb al veel over je gehoord.’ ‘Niet alles geloven wat Rian zegt, hoor’, zeg ik en wurm me uit haar greep als ze me probeert te zoenen. Mijn broer kijkt halfgeamuseerd, halfgeschokt (dat lesbische werkt wel voor hem, maar niet als zijn zus erbij betrokken is) en trekt mij en Rian de menigte uit.
Hij dropt ons op het station van Wageningen, waar Rian me terloops een vodje met een telefoonnummer in de hand drukt. ‘Van Sasja’, zegt ze. Ik frons mijn wenkbrauwen. ‘Die blonde’, verduidelijkt Rian. Mokkel, denk ik, en zeg: ‘Ik val niet op vrouwen.’ Maar stiekem voel ik me gevleid en stop het papiertje in mijn jaszak.