Het is even een tussendoortje tijdens de live uitzending van de Waalse Pijl. De Belgische commentatoren melden dat Marianne Vos als eerste wielrenster aankomt op de Muur van Huy, terwijl de camera’s de mannenkoers blijven volgen. Na enkele lovende woorden voor de Nijmeegse studente biomedische wetenschappen wordt de aandacht weer gericht op de mannenkoers, maar dan weten we nog niet hoe de in bloedvorm verkerende Marianne Vos de Waalse Pijl wist te winnen. ‘Zorgen dat je jezelf niet opblaast’, vertelt ze na afloop.

De Muur van Huy is een nare helling in de Waalse Ardennen, op de top ligt de eindstreep van de Waalse Pijl. De Muur heet niet voor niks muur, op het steilste punt is het stijgingspercentage 20 procent, zelfs voor veel wielertoeristen is de helling te steil. Sommige profs rijden als voorbereiding wel tien keer de Muur op, zoniet Marianne Vos. ‘We hebben er vorige week getraind en vorig jaar bij de Waalse Pijl heb ik hem ook beklommen. Voor de wedstrijd zijn we er nog drie keer met de auto opgereden ter verkenning. Maar de race win je niet door de Muur eindeloos te verkennen, het is een mentale kwestie, je moet vooral door de verzuring heen kunnen trappen. Wie het meest pijn kan lijden wint.’

‘We kwamen met het peloton aan de voet van de Muur aan. Ik wist dat ik mijn krachten goed moest doseren. Mijn grootste concurrente Nicole Cooke ging vroeg aan, ik ben heel rustig naar haar wiel gereden. Op 300 meter van de aankomst had ik haar te pakken, op 125 meter ben ik aangegaan en ik had gelijk een gaatje op Cooke en Judith Arndt die derde is geworden.’

‘Ik heb me echt gericht op deze wedstrijd. Vooraf wist ik dat ik een kanshebber was, dan is het ook geweldig om te winnen. De voorjaarsklassiekers zitten er nu op. Volgende week rijd ik nog een thuiswedstrijd en dan neem ik wat gas terug voor het Nederlands kampioenschap en de Ronde van Italië in juni. Maar dit is alvast een mooie opsteker.’