Sinds vandaag staat een brede beveiligingsman bij de ingang van het Huygensgebouw, die onverbiddelijk studenten wegstuurt die hun fiets op het plein willen stallen. De hinderlijke geplaatste fietsen zijn de faculteit NWI sinds de ingebruikname van de nieuwe ingang een doorn in het oog.
Vandaag is de faculteit gestart met onorthodoxe maatregelen om fietsen van het plein te weren. De beveiligingsbeambte houdt al vanaf 7:30 buiten toezicht op het plein. ‘Wat een baan, hè?’ zucht de man. Hoe lang het strenge toezichtsbeleid van de faculteit gaat duren weet hij niet. Vandaag heeft hij al heel wat fietsers, voornamelijk studenten, weg moeten sturen. ‘Ze stribbelen niet tegen, maar mompelen wat en zetten hun fiets in de kelder.’
Momenteel warmt hij zich binnen op tijdens een praatje met de portier. Beide mannen houden een klaagzang over de hardleerse studenten. De Huygens-portier schudt zijn hoofd: ‘Ze zitten hier heel de dag achter de computer, maar kunnen niet eens meer lezen.’ Hij doelt op de gele waarschuwingsbordjes die er al maanden hangen. ‘Kijk maar naar het Gymnasion, daar is het toch ook een puinhoop.’
Op de faculteit wordt al sinds de opening van de nieuwe ingang geklaagd over slordige fietsen. De gele waarschuwingsborden negerend plaatsten veel mensen hun fiets op het plein voor het Huygensgebouw, in plaats van in de ondergrondse fietskelder. In de facultaire vergadering van december vorig jaar bleek dat niet alleen het aanzicht van het nieuwe gebouw in het geding kwam, maar ook de veiligheid in gevaar was. Bij calamiteiten zouden de fietsen in de weg kunnen staan van hulpdiensten.
De beveiligingsman maakt zich weer op om naar buiten te gaan. Hoe lang het strenge toezichtsbeleid van de faculteit gaat duren weet hij niet. ‘Misschien sta ik er alleen vandaag, misschien steekproefsgewijs, ik weet het niet. Ik hoop maar niet dat ik hier weken hoef te staan.’