Zonder universiteit zou het scheidingspercentage in Nijmegen een stuk lager liggen, dat wordt geconcludeerd in een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Ruimtelijk Planbureau. Het relatieve scheidingscijfer bedraagt 60 in Nijmegen, dat wil zeggen 60 scheidingen per 1000 samenwonenden. Delft kampt met hetzelfde probleem. Zonder de aanwezige onderwijsinstellingen zou dit cijfer vijftien punten lager liggen, concluderen de onderzoekers.
Letterlijk staat er: ‘Zo bedraagt het relatieve scheidingscijfer in Nijmegen en Delft ruim 60. Zonder de aanwezigheid van de onderwijsinstellingen zou dit cijfer ongeveer 15 punten lager liggen.’ De onderzoekers verklaren de scheidingscijfers uit een andere kijk op relaties en de daarbij horende verschillen in leefstijl.
Ook is in het rapport bekeken op welke leeftijd jongeren uit huis gaan. Het blijkt dat vooral de Brabantse jongeren zeer tevreden zijn met het ouderlijk huis. Of misschien is de zuidelijke provincie wel te fijn om te verlaten. De verschillen in Nederland zijn niet heel groot, maar in Zeeland gaan de jongeren gemiddeld een jaar eerder uit huis dan in Noord-Brabant.
De reden om uit huis te gaan heeft te maken met de nabijheid van werk en onderwijsinstituten. Met flink wat hogescholen, twee universiteiten en Nijmegen in de buurt is er voor de Brabantse jongeren minder reden om op kamers te gaan wonen.
Meisjes gaan bijna twee jaar eerder uit huis dan jongens, zo blijkt uit het onderzoek. Op Texel wordt het ouderlijk huis, met 20,9 jaar, het vroegst verlaten. In Edam-Volendam gaan jongens het laatst uit huis, met een gemiddelde leeftijd van ruim 26 jaar. Volgens het rapport gaan de jongeren in Nijmegen gemiddeld vroeger uit huis, de onderzoekers wijten dit aan het percentage allochtonen in de stad die doorgaans eerder het ouderlijk huis verlaten om zelfstandig te gaan wonen.