Sofie speelt een spelletje van aantrekken en afstoten met huisgenoot W. Nichtje Rian zoekt nog steeds een kamer in Nijmegen. Vandaag aflevering 30: ‘Hospita from hell

‘Kun jij dan niet met Rian naar die kamer kijken?’ vraagt mijn tante liefjes door de telefoon. Dit had ik moeten zien aankomen toen ik tante uitlegde dat het meenemen van je moeder naar een kijkavond niet echt hip is. ‘Ik denk dat Rian een betere indruk maakt als ze alleen gaat’, antwoord ik. Tante slaakt een dramatische zucht: ‘Ik kan Rian daar toch niet alleen heensturen. Je kent haar toch?’ Gedwee noteer ik het adres. In Hatert. Fijn.

Dinsdavond arriveert Rian met de trein. Ik pik haar op met de fiets en zwoeg naar Hatert. Bij een oud arbeidershuisje aangekomen kreun ik: ‘Een kijkavond bij een hospita?’ Rian haalt haar schouders op. ‘Ma kwam ermee aan.’ Ik druk op de bel. Een oud vrouwtje opent de deur een klein beetje. ‘Jullie komen voor de kamer? Het is maar voor één persoon, hoor’, zegt ze, ons argwanend bekijkend. Rian bestudeert verlegen haar handen, en laat het praten aan mij over. Ik geef haar een duwtje naar voren. ‘De kamer is voor Rian, hier.’ ‘Schoenen uit’, blaft het mensje, terwijl ze de deur openzwaait.

Op kousenvoetjes dribbelen we de woonkamer in, die is volgeplempt met robuust meubilair en porseleinen kattenbeeldjes. ‘Thee?’ zegt het vrouwtje en zonder ons antwoord af te wachten schenkt ze twee kopjes in en gooit er twee suikerklontjes in. Eén kaakje mogen we uit de trommel pakken, voordat die bruusk gesloten wordt. Ik spoel het droge koekje weg met hete, zoete thee, terwijl het mens Rian aan een kruisverhoor onderwerpt. ‘Ik kijk het even aan voordat ik Rian’s stamelende relaas over persoonlijke hygiëne met een resoluut ‘kom, we gaan’ onderbreek. Rian kijkt me met grote, niet-begrijpende ogen aan. ‘Omwille van je sociale leven en geestelijke gezondheid gaan we een andere kamer voor je zoeken’, kondig ik aan en sleur haar het muffe huis uit.