Net als het scoutingsapparaat van voetbalclub NEC speurt de Radboud Universiteit al tijden naar Duits toptalent. Duitsers zijn nu eenmaal gemotiveerd, en de bron is nog maar ten dele aangeboord. Vandaar dat de RU besloten heeft de komende tijd nauw samen te gaan werken met het Collegium Augustinianum te Gaesdonk, nabij Goch.
De Duitse scholieren krijgen duidelijke informatie over het reilen en zeilen op de Nijmeegse campus. De universiteit hoopt op haar beurt te kunnen putten uit het hoogbegaafdeninstituut van het Collegium Augustianum. Werven in Duitsland is de laatste jaren steeds hoger geklommen op het prioriteitenlijstje van de RU. Scholierenvoorlichter voor Duitsland Judith Arns verwoordt het als volgt: ‘Duitsers doen het bovengemiddeld goed en zijn buitengewoon gemotiveerd, daarom willen we ook graag dat ze naar hier komen.’
De actieve werving in het Hinterland werpt zijn vruchten af. Begonnen vorig studiejaar nog 105 Duitse studenten aan een opleiding aan de Radboud Universiteit, begin dit studiejaar stonden er 185 Duitsers ingeschreven. En dat aantal zal alleen maar stijgen, als het aan de RU ligt.
Het werven in Duitsland gebeurt niet alleen steeds vaker, het krijgt ook steeds meer bijval. Zo is men bij de opleidingen biologie en medische biologie zeer te spreken over de in Nijmegen neergestreken Oosterburen. ‘Duitse studenten zijn echt supergemotiveerd,’ zegt Katleen Menheere, tutor bij biologie en medische biologie. ‘Hun werkhouding is goed, ze spreken uitstekend Nederlands en halen ook nog eens hoge cijfers. Ze zijn op de middelbare school meer uitgedaagd dan Nederlanders, dat scheelt echt. Natuurlijk zijn er ook minder goede Duitse studenten, maar die proberen we er van te overtuigen dat ze bij ons niet op hun plaats zijn.’
Hoe het komt dat veel Duitse studenten tegenwoordig voor Nederland en Nijmegen kiezen, kan Menheere verklaren. ‘In Duitsland bestaat voor biologie op veel universiteiten een wachtlijst. Bovendien kun je in Duitsland medische biologie slechts in München studeren. Voor iemand uit Goch is Nijmegen dan tien keer zo dichtbij.’