Arme promovendi. Bleek eerder al dat ze te kampen hebben met een te hoge werkdruk, nu gaat er in Groningen ook nog eens flink bezuinigd worden op hun loonkosten. Dat meldt ochtend- blad nrc.next vandaag. De Rijksuniversiteit Groningen geeft Nederlandse promovendi voortaan een studiebeurs in plaats van een salaris.
Dat levert de universiteit per promovendus een besparing van 33.000 euro op over vier jaar. Promovendi krijgen door de maatregel niet alleen minder geld, ook zaken als pensioensopbouw en zwangerschapsverlof komen te vervallen.
Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) reageert verontwaardigd op de Groningse maatregel. ‘Dit is natuurlijk een ordinaire bezuinigingsmaatregel,’ meldt Renée van Os, secretaris van het PNN en communicatiewetenschapper aan de Radboud Universiteit. ‘De promovendus is het haasje: die krijgt met een studiebeurs over een periode van vier jaar 11.000 euro in totaal minder dan promovendi met een salaris.’ Daarnaast wijst ze op de rechtsongelijkheid. ‘De zogenaamde beursalen, promovendi met studiebeurs dus, werken nu naast promovendi met een echt salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden. Je reinste discriminatie.’

Volgens Van Os overweegt het PNN gerechtelijke stappen tegen universiteiten die ook van plan zijn de regel door te voeren, waaronder de Universiteiten van Amsterdam (UvA), Utrecht en Leiden. ‘De Radboud Universiteit is gelukkig een fevent tegenstander van deze maatregel,’ aldus Van Os. ‘Dat heeft rector Kees Blom te kennen gegeven. En daar ben ik blij om.’

Universiteiten zijn volgens Van Os overigens niet de enigen die blaam treft. ‘De overheid heeft de laatste jaren veel te veel op hoger onderwijs bezuinigd. De regering heeft dan wel de mond vol van de Nederlandse kenniseconomie, maar op deze manier komt er van zo’n kenniseconomie natuurlijk weinig terecht.’ Het percentage aan promovendi in Nederland is volgens Van Os een van de laagste in Europa. ‘Alleen als er meer geld aan de wetenschap wordt gegeven, kunnen we die kloof proberen te dichten. Maar met dit soort maatregelen zijn we natuurlijk verder van huis.’