Vaccinatie tegen kanker. Het klinkt bijna als science fiction, maar de Nijmeegse immunoloog professor Carl Figdor toonde aan dat het kan werken. Figdor krijgt vandaag de Spinozapremie voor zijn baanbrekende onderzoek. Behalve voor ‘buitengewoon’ onderzoek wil Figdor het prijzengeld gebruiken om op lagere scholen de natuurwetenschap te promoten. (filmpje: ‘killer cell’ vernietigt tumorcel)

Een vaccinatie stimuleert het eigen afweersysteem van het lichaam om vijandelijke indringers, zoals virussen, te lijf te gaan. Wat veel mensen niet weten is dat het lichaam ook tegen kanker een natuurlijke afweer heeft. Zo kennen we de zogenaamde dendritische cellen, de ‘verkenners’ van ons afweersysteem. Ontstaat er een tumorcel in ons lichaam dan geven die dendritische cellen een waarschuwingssignaal, waarna het lichaam ‘killer cells’ produceert die de tumorcel opzoeken en hem letterlijk afbreken (zie filmfragment) . Bij kankerpatiënten heeft dit systeem kennelijk gefaald, bijvoorbeeld doordat de dendritische cellen hun waarnemingstaak niet goed uitvoeren. Figdor onderzoekt hoe dit voorkomen kan worden en heeft daarbij al belangrijke successen geboekt.

Mede voor dat onderzoek krijgt Figdor, tevens directeur van het Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences, vandaag de Spinozaprijs uitgereikt uit handen van Maria van der Hoeven, minister van OCW. Figdor is de vijfde Nijmeegse wetenschapper die de prestigieuze prijs ontvangt. De taalwetenschappers Ann Cutler (1999) en Pieter Muysken (1998), informaticus Henk Barendregt (2002), en cognitiewetenschapper Peter Hagoort (2005), gingen hem voor.

Voor de anderhalf miljoen euro die aan de Spinozapremie verbonden is, weet Figdor al enkele goede bestemmingen. ‘Het geld stelt me in staat om onderzoek te doen waar normaal geen geld voor is vanuit NWO, omdat het zo buitengewoon is’, aldus de Spinozawinnaar. Daarnaast wil hij het geld gebruiken om kinderen op lagere scholen in aanraking te brengen met de bètawetenschap. ‘Zo kan ik misschien iets van mijn fascinatie overdragen op de jongere generatie.’