Terwijl Sofie probeert uit te slapen wordt ze wakker gebeld door H. wiens vriend is vreemdgegaan en krijgt ze vervelende smsjes van ex-scharrel B.
Vandaag aflevering 12 van Sofies Soap: ‘Van die dagen’

Soms heb je van die dagen, waarop je al voor het ontbijt een pak melk uit de koelkast laat vallen, in een verloren glasscherf trapt en overmoedig flirt met je huisgenoot met een klodder ochtendkwijl op je kin. Zo’n dag dus. Veel beter werd het niet. Als ik mijn collegeaantekeningen tevoorschijn haal om (rijkelijk laat) te beginnen met de voorbereidingen op de tentamenweek, ontbreekt de helft; uitgeleend aan een studiegenoot, schiet me te binnen. Zijn telefoonnummer is buiten gebruik. Gelukkig weet ik dat ‘ie voor de tentamenweek vaak in de bieb zit, dus trek ik mijn jas aan en ren naar buiten, waar ik in de haast mijn fietssleutels bijna in het rooster voor de voordeur laat vallen (goddank voor grote sleutelhangers). Mijn fietsbanden blijken bij controle nog hard, wat wordt gecompenseerd door een spontaan losschietende remkabel als ik de Erasmuslaan opknal. Een lelijke jaap in mijn vinger is het gevolg.

Meevallertje is dat studiegenoot K. wél in de bieb zit, maar niets weet van mijn geleende aantekeningen. Met mijn pruillipje-voor-mannen en mijn opgezwollen vinger overtuig ik hem zijn aantekeningen te laten kopiëren. Terwijl ik kopietjes uitdraai, belt H., nog steeds half-hysterisch en overtuigd dat ze zwanger is. ‘Ga dan naar de huisarts’, roep ik ongeduldig in mijn mobieltje, wat me op een reprimande van de bibliothecaresse komt te staan. Niet bellen hier, seint ze geïrriteerd.

Met de aantekeningen op zak loop ik laat in de middag met de fiets naar de fietsenmaker (natuurlijk dicht op maandag) en vervolgens door naar huis. Het begint al donker te worden. Een auto rijdt over de ventweg naast me en mindert vaart. Het is te vroeg op de avond om zenuwachtig te worden van langzaamrijdende auto’s, spreek ik mezelf streng toe. Dan herken ik B.’s blauwe volkswagen golf. Hij draait het raampje open: ‘Hé lekker ding’. Ik draai met mijn ogen. Kom ik dan nooit van die gast af?