Minister Agnes van Ardenne (CDA) en Europarlementariër Max van den Berg(PvdA) gingen gisteren, in het kader van de krachttoer 2006, met studenten in debat over de vraag ‘Moet Nederland geld blijven geven aan corrupte landen?’ Nou ja in debat. Op veel meer dan op een interessant betoog van beide politici hoefden de bezoekers niet te rekenen.
Ontkennend antwoorden op de hoofdvraag van dit debat zou in feite afschaffen van de Nederlandse ontwikkelingshulp betekenen. Van de 36 landen waaraan Nederland hulp geeft, scoren 34 landen minder dan 5 punten (op een schaal van tien) in de Corruptie Perceptie Index. Dat corrupte landen ontwikkelingsgeld ontvangen is echter al lang geen issue meer. Het gaat immers om de arme mensen in corrupte landen en die mogen niet gedupeerd worden door hun corrupte leiders. Daarbij komt dat er nauwelijks een ontwikkelingsland over zou blijven. Corruptie grijpt gemakkelijk om zich heen in zwakke staten.
Hoewel de hoofdvraag dus ongelukkig was gekozen, bleven er nog genoeg interessante vragen over. Aan welke voorwaarden moeten overheden voldoen om hulp te ontvangen? Welke instrumenten kunnen ingezet worden tegen corruptiebestrijding? Het antwoord op de eerste vraag bleek vooral te liggen bij de bereidheid van overheden om de corruptie aan te pakken. Onverschilligheid daarentegen moet worden gestraft. Beide prominenten wezen verder op het belang van het bestrijden van corruptie van onderop. Alleen wanneer het volk zich verzet tegen corruptie komen er leiders, die het land van bovenaf schoon durven te vegen.
Van Ardenne maakte bezoekers daarnaast attent op het feit dat ook ontwikkelingssamenwerking politiek bedrijven is. Wil je corruptie bestrijden, zal je het thema eerst op de politieke agenda moeten krijgen. Nederland heeft wat dit betreft nog een lange weg te gaan. Op de vraag waarom het drie jaar moest duren voordat Nederland het VN-corruptieverdrag ratificeerde, zei Van Ardenne: ‘ Een tijd geleden belde ik Donner om te vragen wat er met het verdrag aan de hand was en wat bleek, het lag gewoon in een la. Er was helemaal niks mis, het had in een half jaar afgehandeld kunnen worden, maar de lobby ontbrak.’